Zien wie je bent

1

 

Dromerig staarde ik voor mij uit.
Ik zat op een bankje. Het was wat koud.
Mensen passeerden mij. Zagen mij niet.
En eigenlijk zag ik hen ook niet echt.
Voor het overgrote deel zijn wij elkanders passanten.
Er zijn maar een paar mensen in je leven die je echt zien.
Zien wie je bent. Wat je doet. Waar je gaat.
Ik heb niet het gevoel dat ik ga.
Ik zit en kijk naar niets in het bijzonder. Ik staar.
Best lekker.

Advertenties