Tot ik je terugvind

Mooi..
Ik hoor de merels weer.
Het geeft een briesje in mijn ziel. Lome onschuldige melancholie stroomt bij me binnen, maar ook het kinderlijk verheugen op langere dagen, meer licht, meer lichtheid in mijn geest misschien ook. Het is zo lang donker geweest.

Ik ga zo op reis, heb mijn rugzak bepakt en trek even de deur achter me dicht. Nog een uurtje. Ik kon kiezen tussen zenuwachtig heen en weer en van boven naar beneden lopen in mijn huis, om voor de tiende keer te kijken of alles wel mee is of dicht zit, of even zitten en schrijven. Even diep ademhalen.

DSC_0816woolywoot_web_cloudFoto: Woolywoot

Ik ga met mijn geliefde. Hoe noem je iemand waarvan je hoopt dat je door diegene nog echt oprecht geliefd bent, die soms zó ver weg lijkt en die je af en toe niet meer begrijpt? Is het mijn recht nog hem zo te noemen? Ben ik wel goed voor hem geweest? Ik ben teleurgesteld, ja, maar ik weet dat ik ook héb teleurgesteld. En ik ben wóest geweest van verdriet. Ik dacht ergens recht op te hebben. Op zijn liefde. Maar de liefde kent geen rechten. De liefde heeft ook geen plichten. Liefde oordeelt niet. Liefde geeft. ”Wat zou liefde doen?” Is wel eens wat ik me afvraag als ik iemand iets niet gun om een of andere reden. En dan denk ik: o ja. Het antwoord is altijd zó simpel.

We gaan op reis zonder een vooropgezet doel. Het zat al langer in de planning, de tickets lagen al maanden klaar. Het is niet ver weg, maar wel in het buitenland. En ik verheug me erop. Ik hoop dat het anders is dan thuis. Zo weg van het werk, de stress en de druk, misschien is er meer lucht.

Meer rust om elkaar te zien, meer adem om iets moois te zeggen. Eigenlijk hoop ik tijdens deze reis weer onze oude ”wij” te vinden. Ons oude ons. Zal het er nog zijn? Het is er thuis ook nog wel, maar het duurt dan zo kort. Voor we het weten zitten we weer in een verwijtenstrijd, een mopperkamp of een stiltezone. Een beetje moegestreden soms. Ik ben ”nu eenmaal zo” volgens jou en jij bent ”nu eenmaal zo” volgens mij. Ik vind het vermoeiend, ik geef de strijd wel eens op daardoor. Het maakt me hopeloos dat ik een ”jij bent nu eenmaal zo” ben geworden. Ik ben namelijk niet ”eenmaal zo”. Toch?

Zeg me dat ik het niet ben. Ik ben zoveel meer. En dat wil ik graag deze reis weer laten zien. Ik hoop dat je ook laat zien dat je er nog bent voor mij. Want reizen, dat kunnen we samen. Dat hebben we in het verleden wel bewezen met onze wereldreis van een jaar, kort nadat we verkering kregen nog wel. De tijd van mijn leven was het. Ik herinner me nog precies hoe het was. Mijn leven deel ik sindsdien op in ”voor de reis” en ”na de reis”. Het was het hele jaar lente en we bezaten de wereld en de eeuwige jeugd. De herinnering heeft zelfs een geur die ik niet ruik maar onderga. Als ik het moest omschrijven was het de geur van gras, aarde, water, lente, watermeloen..als ik eraan denk voelt het als zonder zwaartekracht en kleren zweven in de zwoele lucht. En dan samen. Ik voelde me nooit alleen. Zodra ik alleen was wilde ik weer bij jou zijn, omdat ik het moois wat ik zag wilde delen. Samen was het mooier.

En dat is precies wat ik terug zou willen vinden. Ik trek zo de deur achter mij dicht en laat los, ik zal je niet ”nu zo eenmaal zo” vinden. Ik zal je zoeken. Desnoods de hele wereld over. Tot ik je terugvind.

 

 


Follow my blog with Bloglovin

Zonder mijzelf te verliezen

Ik ben op zoek naar wijsheid. Wijsheid zodat ik niemand meer nodig zal hebben om mijzelf goed te voelen. Natuurlijk zou ik ook het liefst in mijn leven veel ander soort wijsheid hebben.

Woolywoot
Ik zou graag steeds wijzer willen worden. Is dat geen mooi levensdoel? Als ze vragen: ”Wat wil je nog bereiken in je leven” dat mijn antwoord dan: ”wijzer worden” zal zijn. Ik vraag me nu ik dit zo schrijf en naar mijn eerste zin kijk af, of je wel moet zóeken naar wijsheid. Of moet je het bijvoorbeeld ondervinden? 
Lees verder Zonder mijzelf te verliezen

Jij, die naast mij leeft

Ik heb het gevoel dat ik je niet meer kan bereiken. Je bent er wel, maar wat ik ook zeg, wat ik ook doe, ik kom er niet bij. O ja hoor, je doet aardig. Vaak ook wat bot. Als een vreemde dit leest, dan zou ‘ie denken dat het allemaal zinloos is. Maar zo simpel is het niet. Ik heb nog niet het gevoel dat het zinloos is. Ik heb nog de hoop dat het goed kan komen. Maar ik ben ook wel eens bang dat ik mijzelf voor de gek houd en dat ik misschien wel denk dat het in mijn, in ons, geval anders is. En dat ik dan mijn hele leven nog zinloos blijf hopen.
Lees verder Jij, die naast mij leeft