Beter af met egoïsme dan met hard werken

DSC00005web

DSC00399webWerelden buiten kantoor. Heerlijk! (Tsjechië 2012)

Samen met wat vrienden die nog wél een baan hebben ben ik er achter gekomen dat je in een werkomgeving met collega’s en bazen beter af bent met keiharde egoïsme dan met hard werken. Slecht zijn levert meer op dan een goed hart.

En toch geloof ik (helaas voor mijzelf) in eerlijkheid en oprecht zijn. In de ander de lof gunnen terwijl je weet dat ze het eigenlijk niet eens echt verdienen. Of zelf tot laat keihard doorwerken en je mond houden als de collega die jou constant belde om advies en goede raad en persoonlijke aangelegenheden (en kennelijk genoeg tijd had) bij een werkbespreking raaskalt dat ze het zo druk had en heeft (doen ze wel alleen als de baas erbij is natuurlijk). Ik ga er vanuit dat de bazen wel door zoiets heen zullen prikken.

Het antwoord is: nee. Doen ze niet.

Ik geloof zelf in hard werken, niet klagen en zeuren bij de baas, en niet constant om alles vragen terwijl je er zelf ook achter kunt komen. Ik geloof niet in wroegingsloos alleen aan mijzelf denken en niet nadenken over wat een bepaalde uitspraak voor een andere collega kan betekenen. Dom! Stom! Niet egoïstisch zijn heeft me meerdere keren min of meer een baan én dus geld gekost en anders wel heel veel frustratie. Waarom wordt het slechte beloond en het goede bestraft?

Je hebt collega’s die net doen alsof ze je beste vrienden zijn. Wat hebben we het gezellig. Foto’s en filmpjes worden gedeeld, semi-persoonlijke dingen worden gedeeld. En dan komt het. Zodra ze erachter zijn dat jij een schaal hoger zit kunnen ze het niet laten om dit feit keihard in te zetten om er zelf beter van te worden met het grote risico dat jij er slechter van wordt. Of je komt er ineens achter dat datgene wat jij in vertrouwen hebt gezegd ineens achter je rug om tégen je gebruikt wordt. Ik trap er telkens weer in.

Natuurlijk zijn er zat mensen die wel goede vrienden zijn met hun collega. Maar dan moet je tóch oppassen, want ik heb met verbazing toegekeken op de kantoren waar ik werkte hoe er geroddeld werd terwijl ik dacht: ” he? Maar jullie zijn toch vrienden?”… (maar hé, ik wil je niet teleurstellen)

Ik snap die kantoorwereld kennelijk niet. Ik neem altijd mijzelf mee naar kantoor maar ik ben erachter dat dat niet helemaal de bedoeling is. Niet als je er niet buiten wilt vallen. Het lijkt een soort spel inclusief de kostuums en de maskers, waar ik maar niet de regels van leer kennen. En die ik ook eigenlijk helemaal niet eens wil leren kennen. Het is mijn wereld niet.

Advertenties

Grenzeloos scheppen op papier en ver daar buiten

DSC01941web

DSC01947web

Hoe heerlijk verleidelijk is een maagdelijk wit vel papier? Het vraagt, het roept, het wil en alles mag.

Hoe héérlijk ruikt een boekwinkel? Zo diep als ik kan haal ik adem door mijn neus als ik langs de ingang van een boekenwinkel loop om als een drugsverslaafde even mijn gratis shotje geluksgevoel te inhaleren. Het liefst loop ik ook nog even naar binnen en drentel wat voor het oog doelloos rond. De geur van versgeperste magazines, agenda’s en boeken. Porno voor mijn neus kan je bijna zeggen.

Hoe vervoerlijk geurt een vers opengeslagen oud boek? Nog veel lekkerder en specialer dan nieuwe. Ik móet dan gewoon even met mijn neus tussen de bladzijden, keer op keer. Oud papier, ik ruik het op als een verstokte oude opa zijn felbegeerde sigaartje oprookt.

Soms verdwaal ik al gelukzalig snuivend zomaar bij de schappen achterin de boekenwinkel. Bij de schrijfwaren, verscholen achter de rekken vol schreeuwende agenda’s en kalenders. Daar roept me schor de verleiding van al die viltstiften, potloden en pennen in verpakkingen met gevaarlijk lekkere kleurcombinaties. Mijn fantasie likt zijn vingers erbij af. En wat een land van mogelijkheden betreed je daar dan mee. Papier, boeken en tekengerei. Het bestaat bij de gratie van de fantasie en verbeelding.

Ik weet nog precies hoe het voelde als ik in de oranjegloed van de jaren 70 zo’n nog splinternieuw onaangetast extra grote kleurpotlodendoos van Bruynzeel voor me open legde. Zo’n hele lange doos. De zalige geur van potlodenhout in blik. En die perfectie van op donker naar lichtgekleurde volgorde gelegde potloden. Ik was alleen al gelukkig als ik er naar kéék. Aanraken was bijna als verbreken van een betovering. Dat deed het uiteindelijk altijd ook.

Echte potloden van een écht merk kreeg ik maximaal 2 keer in mijn jeugd, want goedkoop was het niet. Ik denk ook niet dat mijn ouders wisten hoe gelukkig ik me er mee kon voelen. Ik beleefde mijn euforie waarschijnlijk onbewust en in stilte. Of misschien was het wel omdat je toen nog járenlang deed met dezelfde spullen.

De momenten van geluk krijgen waarschijnlijk ook met terugwerkende kracht pas de waarde die ze verdienden. Als kind stond ik niet stil bij wat ik beleefde. Ik beleefde het nu van toen. En herken ze nu als mijn toen gelukkige momenten.

Nooit is dat op papier gekomen wat mijn verbeelding mij beloofde (het kon altijd beter vond ik dan), maar het ging voornamelijk om wat allemaal in de mogelijkheden lag. De kleuren en de beloften kon ik simpelweg niet weerstaan. En nog steeds koop ik af en toe een stel éxtra mooie viltstiften, alleen al dat ik die mooie kleurtjes zomaar thuis kan neerzetten en pakken en een wereld kan scheppen op maagdelijk wit. Of alleen al het uitpakken van de verpakking. En daarna duurt het nog maanden voor ik ze wil uitlenen aan wie dan ook.

Mijn jongste zoon houdt ook van tekenen. Van werelden scheppen. Hij heeft talent om met belachelijk simpele onnozele lijntjes wezentjes te scheppen die dan tot leven komen en waarbij ik in die éne simpele lijn kan zien hoe ze zich bewegen en voelen.

Ik hou van kindertekeningen. Ik hou ervan omdat de lijnen zo zijn gezet zonder dat het logisch hoeft te zijn. Lijnen mogen bobbelig, wiebelig en gekrast omdat het niet om het eindresultaat gaat, maar om het scheppend bézig zijn. En dat er dan nog een tekening uit komt waarbij de draak op mama lijkt, dat is leuk meegenomen. Als kinderen iets ouder worden tekenen ze vaak ook nog niet zoals volwassenen dat doen. Ze tekenen en gaandeweg ontstaat er dan spontaan een geheel.

Ik heb een filmpje (waarbij ik nu te lui ben om hem op te zoeken) waarbij ik film hoe een kind van mij als peuter een mens tekent en dan begint met een enórm groot hoofd die zo’n beetje het hele velletje opvult en dan uiteindelijk niet uitkomt met de armen en dan lekker zonder blikken of blozen en zonder belemmeringen verder tekent op de tafel. Grenzeloos.

Dat wil ik ook. Terug naar grenzeloos scheppen op papier en ver daar buiten.

DSC01940web

DSC01946web

Nu doet het pijn | Blog over verdriet

Nu doet het pijn. Ik voelde het al aankomen. Eerst beklemde het met een fluwelen hand mijn stem en mijn adem. Daarna pakte het dat onscherpe mes van de hoop. En nu snijdt het geraffineerd in dat plekje van mijn hart. Een pees denk ik, het valt niet door te snijden. Het blijft pijn doen en gesneden worden telkens weer.

DSC04783web
(zie je ook die gezichten?)

Ergens onder in mijn keel voel ik ook iets wat ik niet omschrijven kan. Iets rauws, iets oers, iets wat eruit geschreeuwd wil worden. Dat ga ik niet doen. Daar ben ik helaas al te geciviliseerd voor. Wat zou dat lekker zijn!

Een stukje van mijn hart dat sterft. Dat zal ik gepast verwerken, niet met toeters en bellen, maar geheel intern. Er komt ook vast wel weer een ruimte voor in de plaats die ik mag vullen met iets nieuws.

Leren loslaten van verwachtingen. Loslaten van illusies. Altijd pijnlijk. Maar ook bevrijdend. Laten gaan van iets waarvan het er niet eens was, maar voor mijn gevóel altijd wel. Is dat dan niet net zo echt als echt? Ja, het was er echt voor mij. Dus was het er. Maar dan wel alleen voor mij. En juist dat is wat zo pijn doet want ik kan het met niemand delen. Ik ben het in mijn eentje kwijt en ik weet eigenlijk niet eens precies waar ik het zou moeten zoeken ook.

Ik wist dat het er was. Maar nu ik het hard nodig heb kan ik het niet vinden. En ik ben gaan zoeken en zoeken, wanhopig werd ik ervan. Want het was er toch? Ik ben toch niet gek? De ander zegt van wel.

Ben ik wél gek?
Wat is er dan met mij?

Ik doe ineens ook zo anders nu ik denk dat kwijt te zijn wat er eigenlijk nooit was. Ik verlies mijzelf in het wanhopige zoeken als kip zonder kop. Dat wat ik zoek zou nu ook helemaal niet gevonden willen worden. Wie wil er nou gevonden willen worden door een bezetene die zichzelf verloren is onderweg?

Ik wil heel erg hard huilen, heel graag heel hard huilen, dat kan ik nog wel heel goed. Dat huilen komt op dit moment niet uit. Het zou de situatie alleen maar verwarrender maken dan het is. Voor de anderen hoeft er niets aan de hand te zijn. Dit is iets wat ik zelf moet oplossen en zelf mee zal dealen. Het is niet met woorden weg te sussen en dat hoeft ook niet. Het is een les die ik met vallen en opstaan moet leren. Het zal me niet knakken. Mijn hart is flexibel, ik buig. Ik buig voor het leven, voor wat ik niet wilde zien. Ik buig en word met mijn neus op de feiten gedrukt. Zooo, en wat ga je hier mee doen?

Het is iets waarvan ik niet eens wil dat anderen er iets over gaan zeggen of vinden. De weg voor me is daar te verwilderd voor. En ik weet ook wel dat het niet weg te sussen is. Ik wil zelf op ontdekking en me niet laten leiden. Ik hou me vast aan oude en nieuwe wijsheden onderweg. Een weg is er altijd wel en ik wil het mijn weg, my way. Dus pers ik de tranen terug en doe mijn best een neutraal gezicht op te zetten. Ach…wat prikkende ogen. Heeft iedereen wel eens. Huilen doe ik later wel.

Heel erg huilen. Bijna lekker is het, vanuit je tenen kunnen huilen en daarmee de heftigste gevoelens weg kunnen wassen. De stormachtige emoties die praktisch denken in de weg staan laten overstromen en laten wegvloeien tot de laatste drup.

Dat praktische denken zit bij mij meestal verstopt achter de emotie. Het stemmetje dat mij fluisteren kan dat het misschien wel goed komt ooit en dat het allemaal niet zó erg is (er is nog zoveel moois in het leven toch), die stem zit net als de zon bij een onweersbui ver achter de buien en wolken van tranen.

Zo erg is het ook weer niet. Uiteindelijk. Er zijn altijd ergere dingen. Erger is het misschien wel als huilen niet meer lukt. Als huilen niet meer helpt. Als de tranen zijn opgedroogd maar de emotie nog niet gezakt. Als dat stemmetje in je dat altijd achter de wolken tevoorschijn komt niet komt. Als je op zoek moet naar dat stemmetje en je erachter komt dat het je in de steek heeft gelaten. Was alles dan wel echt? En wie fluistert dan nog de waarheid?

Alles komt goed.

Echt.

daar komt het verdriet
het is er weer
het overvalt
het verstikt
het doet zo zeer
maar ik vecht
en ik huil
het komt goed
telkens weer

(echt. het komt goed. laat mij je stem zijn die dat fluistert)

DSC04829web

Leo Fijen Kon ik de stilte maar wat harder zettenUit ”Kon ik de stilte maar wat harder zetten” van Leo Fijen

 

De stilte ruist, de ruimte raast

DSC04739web

(geschreven in de oorverdovende stilte van de duinen bij paal 3 Terschelling)

In de duinen

De meeuwen
cirkelen traag als haaien
in de eindeloze blauwe hemelzee
de stilte ruist
de ruimte raast
de rust hier giert
en ik doe mee

IMG_7222web

IMG_7238web

DSC04742web2

DSC04755web2
kunst door samenwerking van zand en wind en geen ideeën, gewoon ontstaan door dóen

Met mijn blote voeten liep ik uren door het nog door de middagzon opgewarmde zijdezachte zand. Mijn voeten die steeds in warme bedjes van zand gleden voelden zich geliefkoosd terwijl mijn oren tot rust kwamen na maandenlange autoruis en geluidsrommel van het vasteland.

Meeuwen die achter de duinen ontstegen als kwamen ze uit een andere dimensie waren mijn enige getuigen. Ze kwamen en verdwenen dan weer, één voor één, alsof ik in de gaten gehouden werd. Wachters van de duinen. Heersers van het strand. Zo voelde het wel een beetje, alsof ik in hun wereld stapte.

Mijn gedachten kwamen en gingen net als de meeuwen. Ik had gedacht dat ik dingen uit zou kunnen denken, maar alles werd als los zand. Ik dacht soms helemaal niets in het bijzonder en praatte soms tegen niets voor me uit over alles en nog wat. Alles wat onuitgesproken in mijn hoofd was blijven zitten. Dat kan op het strand als je alleen bent. Praten tegen de wind in. Het is één van de heerlijkste dingen om te doen op een winderige dag op een verlaten strand.

Ik besloot dat ik niks hoefde te denken en niets hoefde te overdenken. Ik liet mijn hoofd van binnen waaien en wachtte wel af wat er aanspoelde of niet.

In de duinpannen heerst er stilte. En als je daar gaat liggen waar er een kleine opening naar zee is, dan hoor je alleen de branding. Het rollen van de zee, het bruisen van het water. Aankomen en weer wegsterven en dat steeds opnieuw, eindeloos en altijd.

Als ik dan mijn ogen sluit terwijl ik op het warme zand lig en mij helemaal alleen op de wereld waan, en alles los laat en in mijn gedachten alleen nog die eeuwige branding die altijd zal zijn en altijd al was, dan voel ik ook een eeuwigheid in mij en een verliefd zijn op het leven en dat het leven mij liefkoost. Misschien is dat omdat zoveel zintuigen zo lieflijk tegelijk worden aangeraakt.

Het is alleen op deze absurde manier uit te leggen.

IMG_7018web

DSC04556web

 

De lucht schemerde en ik mijmerde

dunes duinen strand foto beach photo

DSC04151web

DSC04179web

DSC04162web

DSC04143web

Ik zat in de duinen. Bijna onmerkbaar ging het schemeren. De lucht schemerde en ik mijmerde. Dat ging heel goed samen. Ik was eigenlijk van plan om te mijmeren over een onderwerp waarover ik een boek wilde schrijven, maar zoals altijd lieten mijn gedachten zich niet sturen, maar gingen ze hun eigen weg. Mijn ogen dwaalden over de horizon en hoewel er niet veel te zien was, kwam er des te meer in beeld van wat er in mijn binnenste voorbij kwam. Misschien dat daarom die zeeën van leegte zoveel teweeg brengen.

Ik kwam er ook achter dat je nooit uitgemijmerd raakt hoe lang je ook in de duinen blijft zitten. Ik besloot dat ik moest gaan, omdat ik niet in het donker door de duinen wilde fietsen. Maar toen viel ik met mijn neus in het helmgras. Ik zag dat er druppels hingen, waar eerst niks hing. Avonddauw. Druppels aan punten. En het werden er meer en meer. Zo mooi!

Ik bleef hangen en fietste in het pikkedonker door de duinen naar mijn huisje. En dacht blij en verrast: Héé, op Terschelling is alleen fietsen in het donker in de duinen helemaal niet eng!

Ik kwam er ook achter dat je helmgras kunt vlechten. En dat het heel erg leuk is om in je eentje te gaan bellenblazen aan zee!

DSC04090web

DSC04099web

DSC04197web

Kijk eens wat ik vond in een hoekje van een moment!

Slagveld-speelgoed-augustus

Woolywoot-fotografie-slagve

Woolywoot-fotografie-3

Woolywoot-fotografie-4

Woolywoot-fotografie-5

Ik wilde nog zoveel schrijven, maar ik verloor me daarvoor in een andere wereld. Een wereld die ik op mijn eigen keukentafel zag verschijnen. Ik vroeg mijn zoon of het even vrede mocht zijn (zodat ik me via mijn lens in zijn wereld kon storten, een wereld die altijd zinderend van levenslust op zijn voegen beeft). De wereld van een jongen en zijn speelgoedsoldaatjes van nog geen 2 centimeter. Ik verloor en hij won het van mij. Mijn verhaal komt nog wel.. morgen misschien.

Jezelf heel klein maken om het grootse van alles te zien. De grote dingen in het leven zijn vaak niet opvallend. Ze schuilen in momenten. Je moet heel goed in de hoekjes kijken van het moment en letten op wat niet persé gezien wil worden maar wel gevonden.

Verdriet luchten

verdriet

Ik ben ineens zo ongelooflijk verdrietig.
Verdriet is een echte pijn. Het steekt.
Het is laat.

Misschien dat ik het morgen wat luchtiger kan zien en voelen..