Kijk eens wat ik vond in een hoekje van een moment!

Slagveld-speelgoed-augustus

Woolywoot-fotografie-slagve

Woolywoot-fotografie-3

Woolywoot-fotografie-4

Woolywoot-fotografie-5

Ik wilde nog zoveel schrijven, maar ik verloor me daarvoor in een andere wereld. Een wereld die ik op mijn eigen keukentafel zag verschijnen. Ik vroeg mijn zoon of het even vrede mocht zijn (zodat ik me via mijn lens in zijn wereld kon storten, een wereld die altijd zinderend van levenslust op zijn voegen beeft). De wereld van een jongen en zijn speelgoedsoldaatjes van nog geen 2 centimeter. Ik verloor en hij won het van mij. Mijn verhaal komt nog wel.. morgen misschien.

Jezelf heel klein maken om het grootse van alles te zien. De grote dingen in het leven zijn vaak niet opvallend. Ze schuilen in momenten. Je moet heel goed in de hoekjes kijken van het moment en letten op wat niet persé gezien wil worden maar wel gevonden.

Advertenties

Het is dan wel voorbij, maar het zit nog heel heel diep in mij

Huisje-in-bos

Dit was ons huisje in het bos. Het huis waar al mijn kinderen zijn opgegroeid. De oudste tot haar tiende levensjaar. De jongsten tot hun derde. Lees verder Het is dan wel voorbij, maar het zit nog heel heel diep in mij

Beveiligd: Overdenkingen in bed 2

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Voor wie mij las

Noem mij in woorden
maak mijn bestaan
leesbaar
en helder
ik wil niet vergaan

Ik wil mij beschreven
mijn lichaam en lippen
in woorden geregen
gekerfd in de stenen
vereeuwigd mijn benen
mijn huid en mijn haar

Mijn hebben en houwen
zorgvuldig gevouwen
in letters die passen
bij wie ik ooit was

Ik wil mij gelezen
voor altijd beginnen
gevangen in tekens
te kennen te weten
voor wie mij las

glas raam window broken window gebroken glas scherf scherven bro

Glas! (hihi..dit hoort NIET bij het gedicht!) 😉

Herinnering aan zee

In de verte loop jij, je zoekt om je heen.
Je buigt, je pakt, je bekijkt en loopt door.
En ik loop achter je,
ik pas in je spoor.
Ik doe als jij, op het strand in mijn hoofd.
Wat was en wat moet en wat is spoelt daar aan.
Ik pak het, bekijk het, geef het een plek..
of laat het weer gaan.

spoor aan zee sporen footsteps sea beach
Soms ben ik even hier in het nu en voel het zand
zo tussen mijn tenen, voel ik het glibberige wier.
Voel ik mijn plek in de leegte van blauw,
zie ik voor mij zoveel ruimte om te dansen met jou.
Maar ik durf niet.

www.woolywoot.com

Zullen we vliegeren? Vraag ik.

Je knikt.

En laat al je schatten vallen om ruimte te maken voor mij.
”Laten we onze liefde hangen aan een sterk katoenen draadje”
grinnik jij.

SONY DSC

Ik laat vaak veel achter aan zee,
mijn sporen, mijn zorgen,
maar deze herinnering,
neem ik mee.

vliegeren kiting

Niks moeilijkers dan niksen

Wat ik denk als ik 10 minuten probeer NIKS te doen.

Met mijn ogen dicht.
In een stoel
In de zon
In mijn tuin:

De buurman kucht weer eens in de verte. Ik hoor hem over de schuren heen iemand vragen: ”kopje thee of wil je koffie?”. Dat klinkt gezellig. Eigenlijk nog leuker als je onzichtbaar achter een muurtje zit en lekker niks hoeft te antwoorden maar wel die gezelligheid hoort. Koffie heb ik zelf al gezet. Ik zou koffie nemen! Wie wil er nu thee in de ochtend als je lekker aan het werk bent buiten? Koffie is zooo lekker. Zo nog maar eentje zetten.

Lees verder Niks moeilijkers dan niksen

De vrouw die niet op de foto staat

Woolywoot Parijs straatbeeld

Ik zou aan dat donkergroene tafeltje gaan zitten met mijn strooien hoedje en wapperjurkje van maagdelijk wit. Daar in de zon, met zonnespikkeltjes licht die door de gaatjes van mijn hoed op mijn gezicht vallen. Ik zou een boek mee hebben, een schrijfblok en een pen. Ik bestel een koffie die precies goed is. Ze weten wat ik lekker vind. Ik ben hier geliefd en bekend.

Ik zou even mijn gezicht naar de zon wenden, mijn ogen sluiten voor de verblindende zonnestralen en een schaamteloze zucht van gelukszaligheid slaken. Waarna ik vlammend van inspiratie mooie schrijfsels zou schrijven en wat schetsen zou maken die ik later ga uitwerken in mijn atelier.

Mijn atelier zit op de zolder van dit pand. Het is er licht, zwoel, er zijn lang wapperende vitrages. Er zitten koerende duiven op de zinken dakplaten. Op de foto loopt er zelfs eentje in beeld. Mijn leven zit vol kunstenaarsvrienden waarmee ik de diepten van het leven uitspit, waarmee ik gierende lachbuien heb en veel te veel wijn drink tot diep in de nacht. Waarna iedereen blijft.

Op het moment van de foto is er nog eentje aan het slapen boven. Zijn fiets staat geparkeerd tegen de lantarenpaal. Ik geniet juist van de vroege ochtend en weet dat we straks nog even samen langs de stromende Seine zullen wandelen.

De nodige schilders ontbreken ook niet aan mijn vriendenkring. Ze willen geregeld dolgraag een portret maken van mijn goddelijke ronde lichaam. Eentje is mateloos intrigerend. Mijn zielsverwacht. Hij noemt mij zijn muze. Maar verder dan een platonische liefde zou het niet komen. Dat is juist het mooie. Dat biedt juist perspectief voor eeuwige dagdromerij. Daar ben ik goed in.

Ik dagdroom bijvoorbeeld dat ik een grappige vrolijke vrouw van het Hollandse platteland ben. Ze heeft een huis, is getrouwd met haar jeugdliefde en heeft verre reizen gemaakt. De wereld gezien. 2 jongens en 2 meisjes, daar dagdroom ik van, een moestuin en een tuin met een grote boom die ze zelf ooit heeft geplant. En op een dag vertrekken ze samen naar Parijs, waar ze een foto maakt van deze hoek, dit café, van precies dit moment. Ze zou me niet zien, ze zou me later bedenken.

En thuis droomt ze verder, dat ze dit gedicht zou hebben gemaakt in de zon, als ze daar had gezeten, aan dat groene tafeltje:

M’n liefste
konden we elkaar maar schillen
onze huiden gestrengeld op de grond
ernaast de overbodige luxe
het bloed, zweet en tranen
de botten en organen
om zo
ontdaan van alle zwaartekracht
en niets meer te verbergen 
te zwieren in de vederlichtheid
van niets meer zijn
alleen elkaar.

Maar dan in het frans.

Woolywoot schilderij
De Kus van Toulouse-Lautrec (1892)

Zien wie je bent

1

 

Dromerig staarde ik voor mij uit.
Ik zat op een bankje. Het was wat koud.
Mensen passeerden mij. Zagen mij niet.
En eigenlijk zag ik hen ook niet echt.
Voor het overgrote deel zijn wij elkanders passanten.
Er zijn maar een paar mensen in je leven die je echt zien.
Zien wie je bent. Wat je doet. Waar je gaat.
Ik heb niet het gevoel dat ik ga.
Ik zit en kijk naar niets in het bijzonder. Ik staar.
Best lekker.