Het voelt als verliezen van wat ik nog niet eens had

Ben afgewezen voor de baan waar ik voor op sollicitatiegesprek was. Het voelt: bwuhhhh en naar en steek en pijnlijk.

Het leek zo veelbelovend, het gesprek was zo leuk. De mensen leken ook zó leuk en de baas leek me de leukste baas ooit en het werk leek geknipt voor mij. Het leek alsof zij daar ook zo over dachten. Wat kan je je dan vergissen zeg, in wat je gevoel je zegt over het gesprek. Mijn gevoel blijkt een glasharde leugenaar. Zelfs al zag ik erg op tegen het fulltime werken (want het liefst heb ik een baan voor 24-32 uur) en zelfs al zag ik er tegenop om elke dag met een harde deadline te werken op héle rare tijden en dagen, toch voelt het als verliezen van wat ik nog niet eens had. Het had ook hele leuke kanten.

DSC04483web

Het voelde als dé kans om weer iets verder te komen in dat wat ik leuk vind. Ik heb niet zo héél lang meer en zo vaak word je tegenwoordig niet meer uitgenodigd en het zou zomaar kunnen dat ik een baantje moet aannemen ver onder mijn niveau en (erger nog) ver onder mijn interesse. Als ik al dat geluk mag hebben! Ben zo bang dat ik daar niet vrolijk van word, dat het een baantje wordt dat ”bij mij vloekt” en ik me innerlijk gruwelijk ga vervelen. Dat het me van binnen doodt en boos maakt en het me ergert.

Ik voel de tijd al wel een beetje knijpen. Lichamelijk, met hier en daar een beetje stress. Je kunt er ook niet zomaar met iedereen over praten. Het is een opgejaagdheid terwijl niemand op je jaagt. Ik vóel dat ik ergens moet passen maar ik vind mijn bestemming maar niet. Het is niet eens dat ik móet werken dat ik wil werken (al is dat wel zo als ik rond wil komen straks) maar ik wil ook écht best graag een baan en iets voor anderen kunnen betekenen. Er is iets en ik weet niet waar. Dát gevoel.

Ik ben best jaloers op mensen die precies weten wat ze willen. Ik heb het nooit geweten en zal het ook vast nooit weten ook. Er is nooit een vacature voor wat ik wil omdat het iets ongrijpbaars is. Als je zoiets als ”juf” wil worden, of ”architect” of ”ambulancechauffeur”. Ik heb altijd al gevonden dat je dan geluk hebt. Ik kan er echt jaloers op zijn. Ik ken het niet. Ik wil ”iets” met schrijven, beeld en andere vage dingen. En komt nog bij dat ik me er niet zomaar bij neer zal leggen dat de droombaan niet bestaat en dat ik geloof dat je hem ook zult vinden zelfs al weet je niet eens precies wat je zoekt en waar je zoeken moet. Als je maar dát blijft doen wat je graag doet.

Ik ben ook wel een beetje teleurgesteld in mijzelf. Ik had gedacht dat ik door alle vrijheid die ik had en heb, wel iets zou opbouwen, iets voor mijzelf. Maar dit vrij zijn voelt helemaal niet als vrijheid. Het voelt als achterna gezeten worden door de tijdswolf en ik me niet veilig genoeg voel om eens rustig te gaan zitten voor iets op lange termijn. Ik kan mijn hoofd er niet toe zetten. Ik heb het constante gevoel alsof ik in tijdsnood zit en ik moet jakkeren en vluchten maar ik kan niet vinden waarnaartoe.

Ik heb een zekerheid nodig, een constante, in wiens schaduw en veilige buffer ik in alle rust kan zoeken en niet persé iets hoef te vinden. Misschien wil ik helemaal niet eens iets voor mijzelf beginnen en laaf ik me liever in een vast baantje met een veilig vast inkomen, liever maar saai met uitspattingen in mijn vrije tijd. Want dat is wat ik nu ook mis, het onafhankelijk zijn van wie dan ook en mijn eigen geld verdienen. Ik mis het zo. Niet te hoeven piekeren, niet te hoeven verantwoorden, het nuttig bezig kunnen zijn. Gelukkig vind ik dat ook wel in mijn vrijwilligerswerk, maar jammer genoeg kan ik daar mijn boterham niet mee beleggen. Al verrijkt het wél mijn ziel. Wat heb ik veel gewonnen na mijn baan te hebben verloren. Zo jammer dat ik dat op het moment van het faillissement nog niet wist. Ik had me helemaal geen zorgen hoeven maken, maar oh wat heb ik dat gedaan.

Ik zal weer verder moeten zoeken. Mijn zusje zegt troostend dat de afwijzing vast wel ergens goed voor is geweest ”je weet nooit wat op je pad komt”…

En ik wil daar in geloven en ik geloof dat ik daar ook wel in geloof. Tot nu toe is dat altijd zo geweest. Er komt altijd weer iets op je pad. Misschien ook wel een andere pad en die maken samen kindjes, zodat je straks héél veel padjes hebt om uit te kiezen!

Advertenties

Nu doet het pijn | Blog over verdriet

Nu doet het pijn. Ik voelde het al aankomen. Eerst beklemde het met een fluwelen hand mijn stem en mijn adem. Daarna pakte het dat onscherpe mes van de hoop. En nu snijdt het geraffineerd in dat plekje van mijn hart. Een pees denk ik, het valt niet door te snijden. Het blijft pijn doen en gesneden worden telkens weer.

DSC04783web
(zie je ook die gezichten?)

Ergens onder in mijn keel voel ik ook iets wat ik niet omschrijven kan. Iets rauws, iets oers, iets wat eruit geschreeuwd wil worden. Dat ga ik niet doen. Daar ben ik helaas al te geciviliseerd voor. Wat zou dat lekker zijn!

Een stukje van mijn hart dat sterft. Dat zal ik gepast verwerken, niet met toeters en bellen, maar geheel intern. Er komt ook vast wel weer een ruimte voor in de plaats die ik mag vullen met iets nieuws.

Leren loslaten van verwachtingen. Loslaten van illusies. Altijd pijnlijk. Maar ook bevrijdend. Laten gaan van iets waarvan het er niet eens was, maar voor mijn gevóel altijd wel. Is dat dan niet net zo echt als echt? Ja, het was er echt voor mij. Dus was het er. Maar dan wel alleen voor mij. En juist dat is wat zo pijn doet want ik kan het met niemand delen. Ik ben het in mijn eentje kwijt en ik weet eigenlijk niet eens precies waar ik het zou moeten zoeken ook.

Ik wist dat het er was. Maar nu ik het hard nodig heb kan ik het niet vinden. En ik ben gaan zoeken en zoeken, wanhopig werd ik ervan. Want het was er toch? Ik ben toch niet gek? De ander zegt van wel.

Ben ik wél gek?
Wat is er dan met mij?

Ik doe ineens ook zo anders nu ik denk dat kwijt te zijn wat er eigenlijk nooit was. Ik verlies mijzelf in het wanhopige zoeken als kip zonder kop. Dat wat ik zoek zou nu ook helemaal niet gevonden willen worden. Wie wil er nou gevonden willen worden door een bezetene die zichzelf verloren is onderweg?

Ik wil heel erg hard huilen, heel graag heel hard huilen, dat kan ik nog wel heel goed. Dat huilen komt op dit moment niet uit. Het zou de situatie alleen maar verwarrender maken dan het is. Voor de anderen hoeft er niets aan de hand te zijn. Dit is iets wat ik zelf moet oplossen en zelf mee zal dealen. Het is niet met woorden weg te sussen en dat hoeft ook niet. Het is een les die ik met vallen en opstaan moet leren. Het zal me niet knakken. Mijn hart is flexibel, ik buig. Ik buig voor het leven, voor wat ik niet wilde zien. Ik buig en word met mijn neus op de feiten gedrukt. Zooo, en wat ga je hier mee doen?

Het is iets waarvan ik niet eens wil dat anderen er iets over gaan zeggen of vinden. De weg voor me is daar te verwilderd voor. En ik weet ook wel dat het niet weg te sussen is. Ik wil zelf op ontdekking en me niet laten leiden. Ik hou me vast aan oude en nieuwe wijsheden onderweg. Een weg is er altijd wel en ik wil het mijn weg, my way. Dus pers ik de tranen terug en doe mijn best een neutraal gezicht op te zetten. Ach…wat prikkende ogen. Heeft iedereen wel eens. Huilen doe ik later wel.

Heel erg huilen. Bijna lekker is het, vanuit je tenen kunnen huilen en daarmee de heftigste gevoelens weg kunnen wassen. De stormachtige emoties die praktisch denken in de weg staan laten overstromen en laten wegvloeien tot de laatste drup.

Dat praktische denken zit bij mij meestal verstopt achter de emotie. Het stemmetje dat mij fluisteren kan dat het misschien wel goed komt ooit en dat het allemaal niet zó erg is (er is nog zoveel moois in het leven toch), die stem zit net als de zon bij een onweersbui ver achter de buien en wolken van tranen.

Zo erg is het ook weer niet. Uiteindelijk. Er zijn altijd ergere dingen. Erger is het misschien wel als huilen niet meer lukt. Als huilen niet meer helpt. Als de tranen zijn opgedroogd maar de emotie nog niet gezakt. Als dat stemmetje in je dat altijd achter de wolken tevoorschijn komt niet komt. Als je op zoek moet naar dat stemmetje en je erachter komt dat het je in de steek heeft gelaten. Was alles dan wel echt? En wie fluistert dan nog de waarheid?

Alles komt goed.

Echt.

daar komt het verdriet
het is er weer
het overvalt
het verstikt
het doet zo zeer
maar ik vecht
en ik huil
het komt goed
telkens weer

(echt. het komt goed. laat mij je stem zijn die dat fluistert)

DSC04829web

Leo Fijen Kon ik de stilte maar wat harder zettenUit ”Kon ik de stilte maar wat harder zetten” van Leo Fijen

 

De stilte ruist, de ruimte raast

DSC04739web

(geschreven in de oorverdovende stilte van de duinen bij paal 3 Terschelling)

In de duinen

De meeuwen
cirkelen traag als haaien
in de eindeloze blauwe hemelzee
de stilte ruist
de ruimte raast
de rust hier giert
en ik doe mee

IMG_7222web

IMG_7238web

DSC04742web2

DSC04755web2
kunst door samenwerking van zand en wind en geen ideeën, gewoon ontstaan door dóen

Met mijn blote voeten liep ik uren door het nog door de middagzon opgewarmde zijdezachte zand. Mijn voeten die steeds in warme bedjes van zand gleden voelden zich geliefkoosd terwijl mijn oren tot rust kwamen na maandenlange autoruis en geluidsrommel van het vasteland.

Meeuwen die achter de duinen ontstegen als kwamen ze uit een andere dimensie waren mijn enige getuigen. Ze kwamen en verdwenen dan weer, één voor één, alsof ik in de gaten gehouden werd. Wachters van de duinen. Heersers van het strand. Zo voelde het wel een beetje, alsof ik in hun wereld stapte.

Mijn gedachten kwamen en gingen net als de meeuwen. Ik had gedacht dat ik dingen uit zou kunnen denken, maar alles werd als los zand. Ik dacht soms helemaal niets in het bijzonder en praatte soms tegen niets voor me uit over alles en nog wat. Alles wat onuitgesproken in mijn hoofd was blijven zitten. Dat kan op het strand als je alleen bent. Praten tegen de wind in. Het is één van de heerlijkste dingen om te doen op een winderige dag op een verlaten strand.

Ik besloot dat ik niks hoefde te denken en niets hoefde te overdenken. Ik liet mijn hoofd van binnen waaien en wachtte wel af wat er aanspoelde of niet.

In de duinpannen heerst er stilte. En als je daar gaat liggen waar er een kleine opening naar zee is, dan hoor je alleen de branding. Het rollen van de zee, het bruisen van het water. Aankomen en weer wegsterven en dat steeds opnieuw, eindeloos en altijd.

Als ik dan mijn ogen sluit terwijl ik op het warme zand lig en mij helemaal alleen op de wereld waan, en alles los laat en in mijn gedachten alleen nog die eeuwige branding die altijd zal zijn en altijd al was, dan voel ik ook een eeuwigheid in mij en een verliefd zijn op het leven en dat het leven mij liefkoost. Misschien is dat omdat zoveel zintuigen zo lieflijk tegelijk worden aangeraakt.

Het is alleen op deze absurde manier uit te leggen.

IMG_7018web

DSC04556web

 

Creatief met dikke penen

DSC09032bewerkt

Dit was zo grappig, een kauw die voor mij in Urk een kaartje hielp zoeken. Een heel ander soort grappig dan een 1 april grappigheid trouwens, maar dat terzijde. Grappig, al die verschillende soorten grappigheden.

Morgen is het 1 april. Ik vind grapjes uithalen veel leuker als iemand het helemaal niet verwacht. Dus liever niet op 1 april. Zo heb ik een keer Lees verder Creatief met dikke penen

Beveiligd: Boos trapte ik mij de wereld in

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Vindloze woorden

nm1lIk kwam het werk van Paul Faassen zomaar op een regenachtige (kut)dag tegen in de stadsbibliotheek waar ik mokkig heen was gefietst. Ik hou van fietsen (wel de slow motion variant -waar je niet al te moe van wordt- met regelmatig een picknick met lekkers. En dan met Runkeeper bijhouden waar ik ben geweest en hoe lang en hoe ver en dan geilen op mijzelf. Maar nóóit posten op Facebook, geen denken aan) en -oja, hier had ik het over: ik ben gék op bibliotheken. Ik fiets dus vaak naar een bibliotheek als ik de kans krijg. Ook best vaak niet als ik de kans krijg trouwens. Maar ik denk dat ik vaker naar de bibliotheek fiets dan de gemiddelde mens.

Lees verder Vindloze woorden

Beveiligd: Overdenking laat in bed

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Tot ik je terugvind

Mooi..
Ik hoor de merels weer.
Het geeft een briesje in mijn ziel. Lome onschuldige melancholie stroomt bij me binnen, maar ook het kinderlijk verheugen op langere dagen, meer licht, meer lichtheid in mijn geest misschien ook. Het is zo lang donker geweest.

Ik ga zo op reis, heb mijn rugzak bepakt en trek even de deur achter me dicht. Nog een uurtje. Ik kon kiezen tussen zenuwachtig heen en weer en van boven naar beneden lopen in mijn huis, om voor de tiende keer te kijken of alles wel mee is of dicht zit, of even zitten en schrijven. Even diep ademhalen.

DSC_0816woolywoot_web_cloudFoto: Woolywoot

Ik ga met mijn geliefde. Hoe noem je iemand waarvan je hoopt dat je door diegene nog echt oprecht geliefd bent, die soms zó ver weg lijkt en die je af en toe niet meer begrijpt? Is het mijn recht nog hem zo te noemen? Ben ik wel goed voor hem geweest? Ik ben teleurgesteld, ja, maar ik weet dat ik ook héb teleurgesteld. En ik ben wóest geweest van verdriet. Ik dacht ergens recht op te hebben. Op zijn liefde. Maar de liefde kent geen rechten. De liefde heeft ook geen plichten. Liefde oordeelt niet. Liefde geeft. ”Wat zou liefde doen?” Is wel eens wat ik me afvraag als ik iemand iets niet gun om een of andere reden. En dan denk ik: o ja. Het antwoord is altijd zó simpel.

We gaan op reis zonder een vooropgezet doel. Het zat al langer in de planning, de tickets lagen al maanden klaar. Het is niet ver weg, maar wel in het buitenland. En ik verheug me erop. Ik hoop dat het anders is dan thuis. Zo weg van het werk, de stress en de druk, misschien is er meer lucht.

Meer rust om elkaar te zien, meer adem om iets moois te zeggen. Eigenlijk hoop ik tijdens deze reis weer onze oude ”wij” te vinden. Ons oude ons. Zal het er nog zijn? Het is er thuis ook nog wel, maar het duurt dan zo kort. Voor we het weten zitten we weer in een verwijtenstrijd, een mopperkamp of een stiltezone. Een beetje moegestreden soms. Ik ben ”nu eenmaal zo” volgens jou en jij bent ”nu eenmaal zo” volgens mij. Ik vind het vermoeiend, ik geef de strijd wel eens op daardoor. Het maakt me hopeloos dat ik een ”jij bent nu eenmaal zo” ben geworden. Ik ben namelijk niet ”eenmaal zo”. Toch?

Zeg me dat ik het niet ben. Ik ben zoveel meer. En dat wil ik graag deze reis weer laten zien. Ik hoop dat je ook laat zien dat je er nog bent voor mij. Want reizen, dat kunnen we samen. Dat hebben we in het verleden wel bewezen met onze wereldreis van een jaar, kort nadat we verkering kregen nog wel. De tijd van mijn leven was het. Ik herinner me nog precies hoe het was. Mijn leven deel ik sindsdien op in ”voor de reis” en ”na de reis”. Het was het hele jaar lente en we bezaten de wereld en de eeuwige jeugd. De herinnering heeft zelfs een geur die ik niet ruik maar onderga. Als ik het moest omschrijven was het de geur van gras, aarde, water, lente, watermeloen..als ik eraan denk voelt het als zonder zwaartekracht en kleren zweven in de zwoele lucht. En dan samen. Ik voelde me nooit alleen. Zodra ik alleen was wilde ik weer bij jou zijn, omdat ik het moois wat ik zag wilde delen. Samen was het mooier.

En dat is precies wat ik terug zou willen vinden. Ik trek zo de deur achter mij dicht en laat los, ik zal je niet ”nu zo eenmaal zo” vinden. Ik zal je zoeken. Desnoods de hele wereld over. Tot ik je terugvind.

 

 


Follow my blog with Bloglovin