Starend naar de lege plek

Als ik nu nóg harder
aan je denk
is het
net alsof
ik je tevoorschijn
kan denken
dacht ik net

alsof je dan zo
zal komen aangelopen
met je zo vertrouwde loopje
eerst je schaduw
dan mijn twijfel en verbazing
maar dan onmiskenbaar jij

dat je mij dan ineens óók ziet
en dan vrolijk zwaait naar mij

alsof er nooit een gat van tijd gegapen heeft
tussen nu en lang geleden
alsof je doodgewoon weer leeft

DSC01341web

Advertenties

Blijf nog héél veel zomers wil je?

DSC06165web

…’omdat we niet weten wanneer we sterven, denken we dat het leven een onuitputtelijke bron is. Toch gebeurt alles maar een bepaald aantal keren; in feite een zeer bepaald aantal keren. Hoe vaak denk je nog naar de opkomst van de volle maan te kijken? Nog een keer of twintig? Desondanks menen we dat alles eeuwig door blijft gaan.’..
Paul Bowles

Het is iets wat ik me zo lang ik me kan herinneren wel bij tijden ten volle besef. En nu mijn vader  nog uiterlijk 10 jaar te leven heeft en nog maar hooguit 10 zomers bij ons zal zijn..dan lijkt dat ineens zo kort, maar ook nog zo onoverzichtelijk en wazig dat het tegelijk beangstigend, verdrietig maar ook zo weer na een paar minuten in de mist opgaat van allerlei dagelijkse aangelegenheden en het nog oneindig veel dagen en feesten en bezoekjes ver weg lijkt. We weten niet wanneer dus het zou zomaar nog lang kunnen duren en aangezien mijn vader tot nu toe onsterfelijk bleek.. dat soort toekomst speelt in mijn hoofd graag verstoppertje.

Ik heb wel zo ineens, als ik dan in het schemer nog even in de stilte van de tuin in de handmat plof, dat ik dan zo intens besef hoeveel geluk ik nu nog heb. Dan kan ik me zo ontzettend rijk voelen. Dat alles goed is nú. We zijn gezond, we hebben een dak boven ons hoofd, iedereen is er -waar ze dan ook mogen zijn-, ze hoeven niet dichtbij te zijn maar het weten dat ze er zijn is fijn. Ik hoef dan niets meer dan alleen daar te zijn in dat vacuüm van tijd in mijn tuin tussen de ruisende wilgen en knisperende zonnebloembladeren en de wegkwetterende merel en de wit oplichtende vlinder, die nog net voor de nacht valt, een ommetje maken. Geluk omdat ik besef wat ik heb en ómdat ik besef dat het niet voor altijd zo zal zijn.

Dan kan geluk tegelijkertijd ook een beetje pijn doen, omdat je wéét dat het niet blijft. Alles veranderd, en veel ook wel ten goede, of óók goed maar dan anders, maar nog steeds kan ik niet het goede ontdekken in het kwijtraken van dierbare mensen om je heen. Behalve dan dat ze soms zelfs nóg iets dichter bij voelen dan ze ooit in leven zijn geweest. Maar bewijzen kan ik het niet. En misschien is het wel omdat ik het graag zou willen. En was het dan zo’n toeval met dat berichtje uit de hemel?

Ik snapte laatst waarom het zin heeft waarom we sterven en niet voor eeuwig door blijven gaan. Iets als dat het daarom juist zin heeft wát je doet, omdat je keuzes moet maken en dat juist daardoor alles zijn waarde krijgt. Zal het? Raar dat ik nu even niet zo goed snap waarom een einde goed zal zijn. Het enige goede eraan voor mij, is dat ik geloof dat we gewoon verder gaan. Ik zou het zo graag zeker weten. Dan doet afscheid nemen niet zo’n pijn, dan blijft alleen het verlangen om ook ooit daar te zullen zijn.

Van samen zonder einde en van altijd zo geweest

EXP00026bewerkt

Deze foto is alweer van een tijd geleden. Hij vond het toen nog helemaal oké als ik achter hem stond en een foto nam terwijl hij dwarsfluit speelde. Nu zal hij dat hélemáál niet meer oké vinden. Ik moet het doen met het verleden wat dat betreft. Al zal ik altijd achter hem blijven staan. Lees verder Van samen zonder einde en van altijd zo geweest

Beveiligd: Overdenkingen in bed 2

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Herinnering aan zee

In de verte loop jij, je zoekt om je heen.
Je buigt, je pakt, je bekijkt en loopt door.
En ik loop achter je,
ik pas in je spoor.
Ik doe als jij, op het strand in mijn hoofd.
Wat was en wat moet en wat is spoelt daar aan.
Ik pak het, bekijk het, geef het een plek..
of laat het weer gaan.

spoor aan zee sporen footsteps sea beach
Soms ben ik even hier in het nu en voel het zand
zo tussen mijn tenen, voel ik het glibberige wier.
Voel ik mijn plek in de leegte van blauw,
zie ik voor mij zoveel ruimte om te dansen met jou.
Maar ik durf niet.

www.woolywoot.com

Zullen we vliegeren? Vraag ik.

Je knikt.

En laat al je schatten vallen om ruimte te maken voor mij.
”Laten we onze liefde hangen aan een sterk katoenen draadje”
grinnik jij.

SONY DSC

Ik laat vaak veel achter aan zee,
mijn sporen, mijn zorgen,
maar deze herinnering,
neem ik mee.

vliegeren kiting

Een vriend

Woolywoot-arc-de-triomphe
Binnen in de Arc de Triomphe

Als het duizelt in je hoofd
niets zo gaat als is beloofd
het klimmen uitput en verdoofd
je niet meer in jezelf gelooft

Pak dan mijn hand
Zet voet na voet, zet door ga mee
breng alsjeblieft niet heel alleen
dat water naar de zee

Toe kom, toch laten we
tezaam die weg begaan
als ik jou draag en jij dan mij
dan zal het beter gaan

daar boven zal het prachtig zijn
je klimmen wordt beloond
maar niemand kan zonder een vriend
die mededogen toont

Lees verder Een vriend

Voorbij

Ik heb gezien hoe hoog het maïs was.
Net zo hoog als toen, rond die tijd.
Hoog genoeg om je er in te laten verdwalen.
Ik hield van mais in juli.
Ik zag dat het er groen was.
Diepe zomertinten groen.
Ik zag de bomen en de berg en
het pad waar we altijd omhoog fietsten,
huppelden, dansten, zongen,
waar we stilstonden om de trein te zien.
Dág trein!! Zwaaiden we dan,
naar de zoveelste die voorbij kwam.
Hoe kon het me ooit gaan vervelen.

Dansende kinderen

In de trein kijk ik graag naar buiten.
En elke week kom ik langs de plek waar ik elke dag was.
Op de laan op weg naar ons huis of het dorp.
Een zandpaadje met aan weerszijden enorme beuken
van honderden jaren oud, middenin de maïsvelden.
Ik hield van die laan. Ik kénde die bomen.
Ik genoot van hun ruisen, hun groen en hun rust.
Ze beschermden mij tegen regen en wind en gaven
verkoeling in de zomer.

SONY DSC

Soms leken ze ogen te hebben en armen en benen.
Kregen ze een gezicht, een temperament.

Dat was natuurlijk niet zo.
Maar zij zagen wél mijn kinderen opgroeien.
Van kleine voorzichtige babyhandjes
die kraaiend van plezier de paardjes kwamen aaien,
lekker veilig dicht bij mama,
tot kinderen met schooltassen, die het liefst zo veel
mogelijk alleen wilden doen.
Dan zagen ze eerst het meisje, dan het jongetje
en dan 10 minuten later de mama
met de tweeling in de fietskar er hijgend achteraan.
Ze zagen ons lekker ijsjes eten op het bankje,
of een snoepje, of wachten op elkaar.
Ze zagen zingen, lachen, paardebloempluisjes
blazen, gek doen. Huilen.
Ja. Ook huilen.
Omdat mama te ver vooruit liep. Om vallen.
Om van alles en om niks.
Ze zagen ons verdwalen in het maïsveld.
Hutten bouwen, krekels zoeken, eikels rapen.
Het is er gebeurd. Dáár. Onder díe bomen.

SONY DSC

Ik zag de eeuwige beuken vanachter mijn raampje.
En de paardjes, die ons niet leken te missen,
stonden er nog net zo schaapachtig bij.

Ik had niet gedacht dat ik er weg zou gaan.

En nu raas ik er voorbij.

Beveiligd: Overdenking laat in bed

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Tot ik je terugvind

Mooi..
Ik hoor de merels weer.
Het geeft een briesje in mijn ziel. Lome onschuldige melancholie stroomt bij me binnen, maar ook het kinderlijk verheugen op langere dagen, meer licht, meer lichtheid in mijn geest misschien ook. Het is zo lang donker geweest.

Ik ga zo op reis, heb mijn rugzak bepakt en trek even de deur achter me dicht. Nog een uurtje. Ik kon kiezen tussen zenuwachtig heen en weer en van boven naar beneden lopen in mijn huis, om voor de tiende keer te kijken of alles wel mee is of dicht zit, of even zitten en schrijven. Even diep ademhalen.

DSC_0816woolywoot_web_cloudFoto: Woolywoot

Ik ga met mijn geliefde. Hoe noem je iemand waarvan je hoopt dat je door diegene nog echt oprecht geliefd bent, die soms zó ver weg lijkt en die je af en toe niet meer begrijpt? Is het mijn recht nog hem zo te noemen? Ben ik wel goed voor hem geweest? Ik ben teleurgesteld, ja, maar ik weet dat ik ook héb teleurgesteld. En ik ben wóest geweest van verdriet. Ik dacht ergens recht op te hebben. Op zijn liefde. Maar de liefde kent geen rechten. De liefde heeft ook geen plichten. Liefde oordeelt niet. Liefde geeft. ”Wat zou liefde doen?” Is wel eens wat ik me afvraag als ik iemand iets niet gun om een of andere reden. En dan denk ik: o ja. Het antwoord is altijd zó simpel.

We gaan op reis zonder een vooropgezet doel. Het zat al langer in de planning, de tickets lagen al maanden klaar. Het is niet ver weg, maar wel in het buitenland. En ik verheug me erop. Ik hoop dat het anders is dan thuis. Zo weg van het werk, de stress en de druk, misschien is er meer lucht.

Meer rust om elkaar te zien, meer adem om iets moois te zeggen. Eigenlijk hoop ik tijdens deze reis weer onze oude ”wij” te vinden. Ons oude ons. Zal het er nog zijn? Het is er thuis ook nog wel, maar het duurt dan zo kort. Voor we het weten zitten we weer in een verwijtenstrijd, een mopperkamp of een stiltezone. Een beetje moegestreden soms. Ik ben ”nu eenmaal zo” volgens jou en jij bent ”nu eenmaal zo” volgens mij. Ik vind het vermoeiend, ik geef de strijd wel eens op daardoor. Het maakt me hopeloos dat ik een ”jij bent nu eenmaal zo” ben geworden. Ik ben namelijk niet ”eenmaal zo”. Toch?

Zeg me dat ik het niet ben. Ik ben zoveel meer. En dat wil ik graag deze reis weer laten zien. Ik hoop dat je ook laat zien dat je er nog bent voor mij. Want reizen, dat kunnen we samen. Dat hebben we in het verleden wel bewezen met onze wereldreis van een jaar, kort nadat we verkering kregen nog wel. De tijd van mijn leven was het. Ik herinner me nog precies hoe het was. Mijn leven deel ik sindsdien op in ”voor de reis” en ”na de reis”. Het was het hele jaar lente en we bezaten de wereld en de eeuwige jeugd. De herinnering heeft zelfs een geur die ik niet ruik maar onderga. Als ik het moest omschrijven was het de geur van gras, aarde, water, lente, watermeloen..als ik eraan denk voelt het als zonder zwaartekracht en kleren zweven in de zwoele lucht. En dan samen. Ik voelde me nooit alleen. Zodra ik alleen was wilde ik weer bij jou zijn, omdat ik het moois wat ik zag wilde delen. Samen was het mooier.

En dat is precies wat ik terug zou willen vinden. Ik trek zo de deur achter mij dicht en laat los, ik zal je niet ”nu zo eenmaal zo” vinden. Ik zal je zoeken. Desnoods de hele wereld over. Tot ik je terugvind.

 

 


Follow my blog with Bloglovin