Herinnering aan zee

In de verte loop jij, je zoekt om je heen.
Je buigt, je pakt, je bekijkt en loopt door.
En ik loop achter je,
ik pas in je spoor.
Ik doe als jij, op het strand in mijn hoofd.
Wat was en wat moet en wat is spoelt daar aan.
Ik pak het, bekijk het, geef het een plek..
of laat het weer gaan.

spoor aan zee sporen footsteps sea beach
Soms ben ik even hier in het nu en voel het zand
zo tussen mijn tenen, voel ik het glibberige wier.
Voel ik mijn plek in de leegte van blauw,
zie ik voor mij zoveel ruimte om te dansen met jou.
Maar ik durf niet.

www.woolywoot.com

Zullen we vliegeren? Vraag ik.

Je knikt.

En laat al je schatten vallen om ruimte te maken voor mij.
”Laten we onze liefde hangen aan een sterk katoenen draadje”
grinnik jij.

SONY DSC

Ik laat vaak veel achter aan zee,
mijn sporen, mijn zorgen,
maar deze herinnering,
neem ik mee.

vliegeren kiting

Advertenties

Gedachten bij de wapperwas

Kon het maar voor eeuwig ochtend blijven. Ik hou van de belofte van de ochtend van een stralend blauwe dag. Alles kan nog en ik wil nog zo veel.

De zon schijnt, de was wappert. De eerste wapperwas dit jaar. Tijdens het ophangen van de was zie ik tussen de lijnen door een wit stipje glinsteren in de diepblauwe lucht. Hoe opgesloten je je ook voelt, boven je hoofd zweeft de eeuwige oneindigheid. Het maakt het malen in mijn hoofd stil als ik de tijd neem naar niets te kijken. Niets dan blauw. En dat ene witte stipje.

Woolywoot-sky

Foto: Woolywoot

Het wit baande zich een weg door het blauw, in stilte en onzichtbaarheid vervoerde het honderden mensen boven mijn hoofd. Mensen met een bestemming. Misschien zat er ook wel een moeder in met haar zoon, op de langgekoesterde reis samen. Meer een koestering van de moeder dan de zoon, die vooral alleen maar aan de bestemming dacht. De moeder daarentegen dacht vooral aan de herinnering die ze op dat moment aan het maken zijn. Dat had ze geleerd in al die jaren, maak in godsnaam vooral, maar dan ook vooral, mooie herinneringen samen nu het nog kan!

Nog één keer echt samen. Ik, de eerste die mag meemaken hoe hij het vind om op te stijgen, hoe hij kijkt als de wereld kleiner en kleiner wordt, nog één keer zijn ogen zien glinsteren bij een nieuwe grootse ontdekking in deze wereld. Ik leerde hem lopen, nu wil ik erbij zijn als hij vliegt! Ik moet wel stiekem kijken, want dat ik kijk naar hem wil hij allang niet meer. Boze blikken vang ik als hij doorheeft dat ik naar hem kijk. Alleen als hij zich alleen waant kan ik hem nog in zijn volle zelfheid zien.

Woolywoot-sky-plane-window

Ik maak foto’s van het uitzicht, maar stiekem staat hij daar ook op. Ik wil het vastleggen, voor eeuwig het licht van dat moment in een kader. Dat het waar is wat ik me later herinner. Een wanhopig tastbaar houden van wat is. Kijk hij vliegt!

Zo zaten wij pasgeleden samen in zo’n wit stipje. Geluidloos gleden we door de lucht van duizenden mensen die beneden keken, zoals ik. Geluidloos, tot op een bepaald moment het geluid de beelden in probeert te halen. Los van wat daar in stilte afspeelt. In stilte voor degene die van een afstandje kijkt.

Voor mij is het nu een kostbare herinnering. Dat wij ooit samen zo’n stipje waren. Dat we voor iemand op aarde tussen de ruimte van de duim en de wijsvinger pasten. Misschien zijn we voor wie van een afstand ons kon zien, nog nooit zó dicht bij elkaar geweest als toen. Dat we samen zelfs in een zandkorreltje pasten, al moet jij daar natuurlijk niet aan dénken. Maar ik wel. Als ik een vliegtuig zie, denk ik niet aan de bestemming. Als ik een vliegtuig zie, dan denk ik aan het zweven, daar in het oneindige blauw. Dat jij in al die eeuwigheid precies in mijn leven kwam en ik in die van jou.

Een berichtje uit de hemel?

Ik woonde mijn hele jeugd op hetzelfde adres. Een alleenstaande woning aan een rustige straat waar ik stoeprandje speelde met mijn buurmeisjes. Alle twee 2 jaar ouder dan ik, dus daar begon al mijn buitenbeentjesleven. Rechts van ons woonden de ouders van het ene buurmeisje. Ik sprak ze niet vaak. Ik zag ze wel vaak. Mijn halve leven zag ik ze voorbij het voorraam lopen om hun ouders een eindje verderop in de straat de krant te brengen of ze met pannetjes soep te verwennen. Zo ging dat in ons dorp.

Laan in het bos | Fotograaf: Woolywoot

Elke tocht van hun huis naar het andere huis begon met de voor mij zo vertrouwelijke klap van  tuindeur die dichtviel. Al die jaren dat ze er woonden was er dat geluid die verankerd ligt in mijn jeugdjaren. Een klap van die achterdeur brengt mij terug naar mijn jeugd. En na die klap zag ik dan 30 seconden later de krullenbol van mijn buurvrouw voorbij waggelen. Een paar keer per dag. Het hoorde erbij. Niks bijzonders toen. Lees verder Een berichtje uit de hemel?