Het belang van gezonde nieuwsgierigheid in een zieke wereld als de onze

We worden allemaal geboren met aderen vol gier. Gier voor de groei en bloei van al het nieuws dat in ons prille leventje tot ons komt. Gierig naar nieuws. Nieuwsgierigheid. Naast de automatische reflexen is het één van onze belangrijkste troeven tot overleven. Lees verder Het belang van gezonde nieuwsgierigheid in een zieke wereld als de onze

Advertenties

Lente in een kinderknuistje

DSC_1735
De hele dag hier en daar wat jammeren over de lente die het niet doet. En dan thuiskomen, paraplu in, regenjas uit, mopperknopje aan… vind ik het voorjaar waar ik hem het laatst vermoed!

Ze had de narcissen gevonden onderweg van school naar huis en heeft ze voor mij geplukt, vertelde ze, nadat ze eerst zichtbaar genoot van mijn blijdschap.

In gedachten zie ik hoe ze de vrolijke narcissen langs de weg zag wiegen. Boven haar een dreigende lucht vol regen en buien. Maar ze keek naar de bloemen langs haar weg.

Soms zit de lente in een kinderknuistje.

Beveiligd: Overdenkingen in bed 2

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Het leven en de dood

Vreselijk, dit nieuws over de vliegramp in Frankrijk

Ik weet nog dat een paar weken geleden het vliegtuig waarin ik zat een rare beweging maakte. De zengende angst die ik toen voelde is bijna niet te beschrijven. Wáár kun je je aan vastklampen? Dat is het allereerste wat ik deed. Me vastklampen aan iets. Vastigheid. Wie kan je helpen? Wat kan je doen? Helemaal niets besef je dan! Er was werkelijk helemaal geen enkele hoop waar ik met mijn gedachten aan kon vastklampen, ik kon me alleen maar met mijn handen vasthouden aan de stangen van de stoel. Lees verder Het leven en de dood

Beveiligd: Boos trapte ik mij de wereld in

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Een vriend

Woolywoot-arc-de-triomphe
Binnen in de Arc de Triomphe

Als het duizelt in je hoofd
niets zo gaat als is beloofd
het klimmen uitput en verdoofd
je niet meer in jezelf gelooft

Pak dan mijn hand
Zet voet na voet, zet door ga mee
breng alsjeblieft niet heel alleen
dat water naar de zee

Toe kom, toch laten we
tezaam die weg begaan
als ik jou draag en jij dan mij
dan zal het beter gaan

daar boven zal het prachtig zijn
je klimmen wordt beloond
maar niemand kan zonder een vriend
die mededogen toont

Lees verder Een vriend

Gedachten bij de wapperwas

Kon het maar voor eeuwig ochtend blijven. Ik hou van de belofte van de ochtend van een stralend blauwe dag. Alles kan nog en ik wil nog zo veel.

De zon schijnt, de was wappert. De eerste wapperwas dit jaar. Tijdens het ophangen van de was zie ik tussen de lijnen door een wit stipje glinsteren in de diepblauwe lucht. Hoe opgesloten je je ook voelt, boven je hoofd zweeft de eeuwige oneindigheid. Het maakt het malen in mijn hoofd stil als ik de tijd neem naar niets te kijken. Niets dan blauw. En dat ene witte stipje.

Woolywoot-sky

Foto: Woolywoot

Het wit baande zich een weg door het blauw, in stilte en onzichtbaarheid vervoerde het honderden mensen boven mijn hoofd. Mensen met een bestemming. Misschien zat er ook wel een moeder in met haar zoon, op de langgekoesterde reis samen. Meer een koestering van de moeder dan de zoon, die vooral alleen maar aan de bestemming dacht. De moeder daarentegen dacht vooral aan de herinnering die ze op dat moment aan het maken zijn. Dat had ze geleerd in al die jaren, maak in godsnaam vooral, maar dan ook vooral, mooie herinneringen samen nu het nog kan!

Nog één keer echt samen. Ik, de eerste die mag meemaken hoe hij het vind om op te stijgen, hoe hij kijkt als de wereld kleiner en kleiner wordt, nog één keer zijn ogen zien glinsteren bij een nieuwe grootse ontdekking in deze wereld. Ik leerde hem lopen, nu wil ik erbij zijn als hij vliegt! Ik moet wel stiekem kijken, want dat ik kijk naar hem wil hij allang niet meer. Boze blikken vang ik als hij doorheeft dat ik naar hem kijk. Alleen als hij zich alleen waant kan ik hem nog in zijn volle zelfheid zien.

Woolywoot-sky-plane-window

Ik maak foto’s van het uitzicht, maar stiekem staat hij daar ook op. Ik wil het vastleggen, voor eeuwig het licht van dat moment in een kader. Dat het waar is wat ik me later herinner. Een wanhopig tastbaar houden van wat is. Kijk hij vliegt!

Zo zaten wij pasgeleden samen in zo’n wit stipje. Geluidloos gleden we door de lucht van duizenden mensen die beneden keken, zoals ik. Geluidloos, tot op een bepaald moment het geluid de beelden in probeert te halen. Los van wat daar in stilte afspeelt. In stilte voor degene die van een afstandje kijkt.

Voor mij is het nu een kostbare herinnering. Dat wij ooit samen zo’n stipje waren. Dat we voor iemand op aarde tussen de ruimte van de duim en de wijsvinger pasten. Misschien zijn we voor wie van een afstand ons kon zien, nog nooit zó dicht bij elkaar geweest als toen. Dat we samen zelfs in een zandkorreltje pasten, al moet jij daar natuurlijk niet aan dénken. Maar ik wel. Als ik een vliegtuig zie, denk ik niet aan de bestemming. Als ik een vliegtuig zie, dan denk ik aan het zweven, daar in het oneindige blauw. Dat jij in al die eeuwigheid precies in mijn leven kwam en ik in die van jou.

Een berichtje uit de hemel?

Ik woonde mijn hele jeugd op hetzelfde adres. Een alleenstaande woning aan een rustige straat waar ik stoeprandje speelde met mijn buurmeisjes. Alle twee 2 jaar ouder dan ik, dus daar begon al mijn buitenbeentjesleven. Rechts van ons woonden de ouders van het ene buurmeisje. Ik sprak ze niet vaak. Ik zag ze wel vaak. Mijn halve leven zag ik ze voorbij het voorraam lopen om hun ouders een eindje verderop in de straat de krant te brengen of ze met pannetjes soep te verwennen. Zo ging dat in ons dorp.

Laan in het bos | Fotograaf: Woolywoot

Elke tocht van hun huis naar het andere huis begon met de voor mij zo vertrouwelijke klap van  tuindeur die dichtviel. Al die jaren dat ze er woonden was er dat geluid die verankerd ligt in mijn jeugdjaren. Een klap van die achterdeur brengt mij terug naar mijn jeugd. En na die klap zag ik dan 30 seconden later de krullenbol van mijn buurvrouw voorbij waggelen. Een paar keer per dag. Het hoorde erbij. Niks bijzonders toen. Lees verder Een berichtje uit de hemel?

Tot ik je terugvind

Mooi..
Ik hoor de merels weer.
Het geeft een briesje in mijn ziel. Lome onschuldige melancholie stroomt bij me binnen, maar ook het kinderlijk verheugen op langere dagen, meer licht, meer lichtheid in mijn geest misschien ook. Het is zo lang donker geweest.

Ik ga zo op reis, heb mijn rugzak bepakt en trek even de deur achter me dicht. Nog een uurtje. Ik kon kiezen tussen zenuwachtig heen en weer en van boven naar beneden lopen in mijn huis, om voor de tiende keer te kijken of alles wel mee is of dicht zit, of even zitten en schrijven. Even diep ademhalen.

DSC_0816woolywoot_web_cloudFoto: Woolywoot

Ik ga met mijn geliefde. Hoe noem je iemand waarvan je hoopt dat je door diegene nog echt oprecht geliefd bent, die soms zó ver weg lijkt en die je af en toe niet meer begrijpt? Is het mijn recht nog hem zo te noemen? Ben ik wel goed voor hem geweest? Ik ben teleurgesteld, ja, maar ik weet dat ik ook héb teleurgesteld. En ik ben wóest geweest van verdriet. Ik dacht ergens recht op te hebben. Op zijn liefde. Maar de liefde kent geen rechten. De liefde heeft ook geen plichten. Liefde oordeelt niet. Liefde geeft. ”Wat zou liefde doen?” Is wel eens wat ik me afvraag als ik iemand iets niet gun om een of andere reden. En dan denk ik: o ja. Het antwoord is altijd zó simpel.

We gaan op reis zonder een vooropgezet doel. Het zat al langer in de planning, de tickets lagen al maanden klaar. Het is niet ver weg, maar wel in het buitenland. En ik verheug me erop. Ik hoop dat het anders is dan thuis. Zo weg van het werk, de stress en de druk, misschien is er meer lucht.

Meer rust om elkaar te zien, meer adem om iets moois te zeggen. Eigenlijk hoop ik tijdens deze reis weer onze oude ”wij” te vinden. Ons oude ons. Zal het er nog zijn? Het is er thuis ook nog wel, maar het duurt dan zo kort. Voor we het weten zitten we weer in een verwijtenstrijd, een mopperkamp of een stiltezone. Een beetje moegestreden soms. Ik ben ”nu eenmaal zo” volgens jou en jij bent ”nu eenmaal zo” volgens mij. Ik vind het vermoeiend, ik geef de strijd wel eens op daardoor. Het maakt me hopeloos dat ik een ”jij bent nu eenmaal zo” ben geworden. Ik ben namelijk niet ”eenmaal zo”. Toch?

Zeg me dat ik het niet ben. Ik ben zoveel meer. En dat wil ik graag deze reis weer laten zien. Ik hoop dat je ook laat zien dat je er nog bent voor mij. Want reizen, dat kunnen we samen. Dat hebben we in het verleden wel bewezen met onze wereldreis van een jaar, kort nadat we verkering kregen nog wel. De tijd van mijn leven was het. Ik herinner me nog precies hoe het was. Mijn leven deel ik sindsdien op in ”voor de reis” en ”na de reis”. Het was het hele jaar lente en we bezaten de wereld en de eeuwige jeugd. De herinnering heeft zelfs een geur die ik niet ruik maar onderga. Als ik het moest omschrijven was het de geur van gras, aarde, water, lente, watermeloen..als ik eraan denk voelt het als zonder zwaartekracht en kleren zweven in de zwoele lucht. En dan samen. Ik voelde me nooit alleen. Zodra ik alleen was wilde ik weer bij jou zijn, omdat ik het moois wat ik zag wilde delen. Samen was het mooier.

En dat is precies wat ik terug zou willen vinden. Ik trek zo de deur achter mij dicht en laat los, ik zal je niet ”nu zo eenmaal zo” vinden. Ik zal je zoeken. Desnoods de hele wereld over. Tot ik je terugvind.

 

 


Follow my blog with Bloglovin